De grootste recycling-installatie ter wereld staat in Rotterdam en verwerkt jaarlijks zo’n 300.000 ton afval. De installatie is eigendom van SITA. Dagelijks komt er zo’n 1200 ton afval binnen bij de Rotterdamse tak van het bedrijf. Stilstand van het materieel is een van de schrikbeelden van operationeel manager Henk Rath. Hij koos daarom voor een automatische smeerinstallatie van Groeneveld.
De dagelijkse gang van werkzaamheden aan de Rotterdamse Waalhavenweg is indrukwekkend. Shovels rijden af en aan, kraanmachinisten pikken in hoog tempo het grove vuil uit de bergen afval om het restant op de invoerband van de sorteerinstallatie te gooien. Via een stelsel van transportbanden en sorteerunits voor diverse materialen, wordt het eindstation van de indrukwekkende installatie bereikt, een aparte hal waar nog eens handmatig wordt nagesorteerd.
Stilstand is achteruitgang
Operationeel manager Henk Rath heeft kosten nog moeite gespaard om een sorteerinstallatie te bouwen die met een minimum aan onderhoud, maximaal inzetbaar is. ‘Met 160 mensen zijn we hier 16 uur per dag in touw om de dagelijkse berg afval te verwerken. Ik moet er niet aan denken dat we een dag niet kunnen draaien, omdat bijvoorbeeld een van de lagers het begeven heeft.’
Oude bekende
Toen Rath twee jaar geleden besloot automatische vetsmering toe te passen op zijn recycling-installatie, was de weg naar Groeneveld zo gevonden. Hij kende het bedrijf nog uit zijn tijd in de wegtransport. Maar liefst 80 belangrijke draaipunten worden nu door één installatie automatisch gesmeerd. Vanuit hetzelfde punt in de sorteerhal zorgt een tweede installatie voor de smering van de opvoerketting van de invoerband en de kettingen van de sorteerunit.
Milieubewust
Rath is een ware ambassadeur voor automatische vetsmering in industriële processen. ‘Ik weet dat er nog veel handmatig wordt gesmeerd in de procesindustrie, terwijl juist dáár de winst te behalen is. En ook de milieuaspecten mogen we niet onderschatten. Al het vet wordt effectief gebruikt, terwijl we vroeger met bijna 40% verlies (lees: vervuiling) rekening moesten houden.’